ECLI:NL:GHAMS:2017:2366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne in auto
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 3,07 gram cocaïne in een auto. De verdachte zat samen met een vriend in diens auto en ontkende te weten dat er cocaïne aanwezig was.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verklaarde verdachte dat hij die avond voor het eerst in de auto van zijn vriend was gestapt en niet op de hoogte was van de drugs. Het hof oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om het opzet van verdachte te bewijzen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. De advocaat-generaal had een geldboete van 400 euro gevorderd, maar het hof vond dat de bewijsvoering niet overtuigend was.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 juni 2017.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne in de auto.