ECLI:NL:GHAMS:2017:1793
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens voortduring verdenking door vluchtgedrag
De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot schadevergoeding van €315 wegens de ondergane voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Het hof heeft het verzoek behandeld en de advocaat-generaal gehoord, die afwijzing adviseerde.
De voorlopige hechtenis van de verzoeker duurde van 2 tot 4 juni 2014. Het hof beoordeelt aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad dat bij het toekennen van een schadevergoeding rekening moet worden gehouden met de mate waarin de verdachte zelf schuld heeft aan het voortduren van de verdenking.
Uit het dossier blijkt dat de verzoeker twee jongens met een auto heeft vervoerd, wetende dat zij gingen inbreken. Na de inbraak vluchtte hij weg, wat leidde tot voortzetting van de verdenking en zijn inverzekeringstelling. Het hof acht dit vluchtgedrag reden om geen billijke vergoeding toe te kennen en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen vanwege het vluchtgedrag van de verzoeker dat de verdenking verlengde.