ECLI:NL:GHAMS:2017:1792
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Deels toekenning schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis ondanks zwijgrecht
De zaak betreft een verzoek tot schadevergoeding door een verdachte die in verzekering is gesteld en voorlopige hechtenis heeft ondergaan zonder dat een straf is opgelegd. De verdachte beriep zich tijdens het onderzoek op zijn zwijgrecht, waardoor het onderzoek vertraagd werd en de verdenking voortduurde.
De rechtbank wees het verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro af, maar het hof oordeelde dat hoewel het zwijgrecht een fundamenteel recht is, het gebruik ervan gevolgen kan hebben voor de toekenning van een schadevergoeding. Het hof baseerde zich op jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die aangeven dat weigering van vergoeding niet mag berusten op de verdenking zelf of het uitoefenen van het zwijgrecht, maar wel op de belemmering van het onderzoek.
Het hof concludeerde dat de schade deels voor rekening van de verzoeker moet blijven omdat zijn zwijgen het onderzoek en de voorlopige hechtenis heeft verlengd. Daarom werd de gevraagde schadevergoeding van €3.150,00 voor de helft toegewezen, namelijk €1.575,00. Tevens werd de forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand bevestigd.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor het deel van artikel 89 Sv Pro, en het hof beval de betaling van de toegekende vergoeding aan de verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €1.575,00 toe wegens voorlopige hechtenis, deels veroorzaakt door het gebruik van het zwijgrecht.