ECLI:NL:GHAMS:2017:1588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks betwisting vergelijkingsobjecten en grondwaardering
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2013, omdat de gebruikte vergelijkingsobjecten vrijstaande woningen zijn en de grondwaardering volgens hem onjuist is. De rechtbank wees het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat de vergelijkingsobjecten, hoewel vrijstaand, voldoende vergelijkbaar zijn met de 3-onder-1-kapwoning en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in grootte, ligging en onderhoudstoestand. Daarnaast is de onderverdeling van het grondperceel in 'grond bij de woning' en 'restgrond' niet onredelijk en gebaseerd op feitelijke indeling en een grondstaffel.
De verkoop van de woning in 2016 en de verkoop van het door belanghebbende aangevoerde vergelijkingsobject in 2014 liggen te ver van de waardepeildatum en zijn daarom niet bruikbaar voor waardebepaling. Ook de aangevoerde prijsindexcijfers zijn te globaal.
De uitspraak bevestigt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de heffingsambtenaar zijn waardering voldoende heeft onderbouwd met het taxatierapport en vergelijkingsobjecten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde bevestigd.