ECLI:NL:GHAMS:2017:1317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks achterstallig onderhoud en vergelijkingsdiscussie
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2013, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met achterstallig onderhoud en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet passend waren. Hij verwees naar een vergelijkingsobject dat in slechte staat was verkocht voor €245.000 en daarna gerenoveerd voor €145.000, en stelde dat de waarde van zijn woning daardoor te hoog was vastgesteld.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een overzicht van vergelijkingsobjecten die qua ligging, bouwjaar en staat voldoende vergelijkbaar waren. Daarbij werd rekening gehouden met herstelwerkzaamheden en een erfpachtcorrectie. De rechtbank oordeelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep af.
In hoger beroep herhaalde belanghebbende zijn standpunten en voerde aan dat de woning een uitbouw had die niet was meegenomen in de waardering. Het Hof stelde vast dat de uitbouw wel degelijk in de waardering had moeten worden betrokken en waardeerde deze op circa €10.000. Het Hof achtte de vergelijkingsobjecten en de gehanteerde correcties voldoende en verwierp het betoog dat de woning praktisch onverkoopbaar was. De WOZ-waarde werd bevestigd.
De uitspraak benadrukt dat renovatiekosten niet één-op-één leiden tot waardevermeerdering en dat een markt bestaat voor woningen met achterstallig onderhoud, waarbij kopers dit in hun bod verwerken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €306.500 bevestigd.