Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
In de VOF wordt een onderneming uitgeoefend.
pensioen, enz.
vooral op het moment van de pensionering, een overzicht beschikbaar is van het afgelegde
beroepstraject.
4.2. Belgische Rijksbijdrage Sociale Zekerheid (RSZ)
Indien u beginnende zelfstandige bent, kennen we uw beroepsinkomen nog niet en betaalt u voorlopige bijdragen. Deze worden geregulariseerd als de fiscus ons uw inkomen meedeelt. U kunt de minimale voorlopige bijdrage betalen (…) of een hogere voorafbetaling doen. Op die manier vermijdt u een (hoge) navordering binnen enkele jaren en verhoogt u uw fiscaal aftrekbare kosten in de startjaren. U hebt recht op een bonus van 3 % per jaar op uw hogere voorafbetalingen. (…) Deze bonus is nieuw voor voorafbetalingen vanaf 2006 en komt neer op een intrest van 3 % per jaar.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Belgische RSZ-premie is premie voor voorzieningen als:
a werkloosheid;
b uitkeringen ziekte en invaliditeit;
c geneeskundige verzorging;
d pensioenen (rust- en overlevingspensioen).
(…)
Op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage
Bestuurders van een Belgische onderneming vallen onder het sociaal statuut der zelfstandigen. Zij moeten zich aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds. Bij hen wordt geen RSZ-premie ingehouden, maar een bijdrage op aanslag geheven. Deze op aanslag betaalde bijdrage is naar aard en strekking vergelijkbaar met de bij werknemers ingehouden RSZ-premie. Hiervoor (onderdeel d) heb ik het standpunt ingenomen dat de met het rust- en overlevingspensioen verband houdende aanspraken en inhoudingen niet tot het in artikel 3.80 van de Wet IB 2001 bedoelde loon behoren. Over de jaren tot en met 2000 konden deze bestuurders het deel van de RSVZ-bijdrage dat betrekking had op het rust- en overlevingspensioen als beroepskosten in aanmerking nemen. Vanaf 1 januari 2001 is een einde gekomen aan de beroepskostenaftrek. Met de belastingherziening 2001 is echter niet beoogd een wijziging aan te brengen in de behandeling van de op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage. Ik heb daarom het volgende goedgekeurd.
Ik keur goed dat belanghebbenden het deel van de op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage dat betrekking heeft op het rust- en overlevingspensioen als negatief loon in aanmerking kunnen nemen.”
Gelet op het vorenstaande geven de oordelen van het Hof in zoverre blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De klachten slagen voor zover zij zich richten tegen het oordeel van het Hof dat de RSVZ-bijdragen voor zover die zien op het element ‘pensioen’ niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 3.124 van de Wet IB 2001 omdat deze niet zijn betaald aan een zogeheten toegelaten aanbieder als bedoeld in artikel 3.126, lid 1, letter d, van de Wet IB 2001.
Een kapitaaldekkingsstelsel is volgens belanghebbende niet vereist. Beroepsmatige verzekeraars dienen weliswaar aan bepaalde balansverplichtingen te voldoen, maar dat is voor de vraag of er een levensverzekering is niet essentieel.
Indien de afwezigheid van kapitaalopbouw aan aftrek van de bijdragen wordt tegengeworpen, doet belanghebbende (subsidiair) een beroep op het Europeesrechtelijke gelijkheidsbeginsel en stelt hij casu quo dat zich dan indirecte discriminatie voordoet, omdat soortgelijke nationale gevallen – waarin het aan een kapitaaldekkingsband tussen premiebetaling enerzijds en opgebouwde rechten anderzijds ontbreekt – wel als lijfrente worden behandeld.
In Nederland zijn defined contribution stelsels toegelaten, zoals pensioenverzekeringen.
Bij defined contributions is zeker wat je inlegt, maar niet zeker wat je krijgt. Dat is afhankelijk van de behaalde resultaten.
De hoogte van beide is afhankelijk van de hoogte van de winst.”
a. premies voor
lijfrentendie dienen ter compensatie van een pensioentekort tot de in de artikelen 3.127, 3.128 en 3.129 genoemde bedragen;”
lijfrente: een aanspraak volgens een overeenkomst van
levensverzekering(artikel 3.117) op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden (…).”
levensverzekering: een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.”
b. overeenkomsten van levensverzekering: overeenkomsten van verzekering tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met het leven of de dood van de mens, met dien verstande dat overeenkomsten van ongevallenverzekering niet als overeenkomsten van levensverzeke-ring worden beschouwd;”
€ 497,97 en € 3.262,21), terwijl niet aannemelijk is geworden dat deze verschillen zijn gekoppeld aan dienovereenkomstige verschillen in pensioenuitkeringen. Wat die uitkeringen betreft heeft de inspecteur, niet – althans niet voldoende – weersproken, gesteld dat het Belgische pensioenstelsel voorziet in minimum- en maximumuitkeringen, welke niet (direct) afhankelijk zijn van de hoogte van de betaalde bijdragen. En voorts wordt in bepaalde gevallen (zonder tegenprestatie) vrijstelling van het betalen van bijdrage verleend, te weten in geval van militaire dienst, periodes van ziekte of invaliditeit, periodes van voorlopige hechtenis en bij palliatief verlof.
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, en
- verklaart de beroepen ongegrond.