Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
De beoordeling
De beslissing
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 21 december 2016 een vordering van de advocaat-generaal tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdachte was eerder door de politierechter veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel, en had tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal stelde dat de verdachte zich niet aan de schorsingsvoorwaarden had gehouden en daarom de schorsing moest worden opgeheven. Het hof nam echter kennis van het feit dat de verdachte via de organisatie 'Vinden en Binden' hulp had gezocht en aanvaard, waardoor het hof voldoende gronden zag om de schorsing voort te zetten onder gewijzigde voorwaarden.
De schorsingsbeslissing werd aangepast door het vervallen van enkele voorwaarden en wijziging van de meldplicht bij de reclassering. De vordering tot opheffing van de schorsing werd afgewezen, zodat de voorlopige hechtenis geschorst blijft tot aan de eerstvolgende behandeling van de strafzaak in hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen en de schorsingsvoorwaarden zijn gewijzigd.