Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante] B.V.,
[appellant] B.V.,
1.[geïntimeerde 1] B.V.,
[geïntimeerde 2] B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
advocaatzijn hoedanigheid heeft verloren, hetgeen naar het oordeel van het hof verwijst naar een persoonlijke hoedanigheid. De door [appellanten] voorgestane gevolgtrekking uit de voornoemde uitspraak van het Hof van Discipline is naar het oordeel van het hof niet verenigbaar met de tekst en de systematiek van de wet. Nu vaststaat dat mr. Endtz niet persoonlijk failliet is verklaard en pas op 1 februari 2016 van het tableau is geschrapt, vanaf welk moment mr. Endtz wél van rechtswege was geschorst, moet de conclusie zijn dat het beroep van [appellanten] op nietigheid van de op 12 januari 2016 door mr. Endtz genomen memorie van grieven niet slaagt. Het zal [appellanten] dus niet worden toegestaan een nieuwe memorie van grieven te nemen.