ECLI:NL:GHAMS:2016:5328

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 november 2016
Publicatiedatum
16 december 2016
Zaaknummer
R 001674-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g WvSr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof geeft veroordeelde laatste kans om taakstraf te voltooien

De veroordeelde was bij arrest veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, met aftrek van voorarrest 36 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet-naleving. Uit een rapport van Reclassering Nederland bleek dat de veroordeelde de taakstraf niet had uitgevoerd, waarop de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis beval.

De veroordeelde verzocht echter om een laatste kans om de taakstraf alsnog te voltooien, omdat hij als zelfstandig ondernemer afhankelijk is van opdrachten en het uitzitten van hechtenis zijn inkomen en gezinssituatie ernstig zou schaden. Tijdens de zitting bleek dat zijn compagnon bereid is om in het weekend te werken, zodat de veroordeelde doordeweeks de taakstraf kan verrichten.

De reclassering had de veroordeelde meerdere keren zonder kennisgeving niet laten verschijnen bij intake en bijeenkomsten, maar gaf hem een laatste kans na telefonisch contact. De taakstraf moest op vrijdagen worden uitgevoerd vanwege de aard van het groepsproject, maar de veroordeelde gaf aan dit niet op doordeweekse dagen te kunnen doen vanwege zijn werk. De taakstraf werd daarop stopgezet.

Het hof besloot het bezwaarschrift gegrond te verklaren, de veroordeelde alsnog 36 uren taakstraf te laten verrichten binnen twaalf maanden, en benadrukte dat de veroordeelde zich aan de aanwijzingen van de reclassering moet houden, ook als dit betekent dat de taakstraf op doordeweekse dagen moet worden uitgevoerd.

Uitkomst: Het hof geeft de veroordeelde een allerlaatste kans om de resterende taakstraf van 36 uren binnen twaalf maanden te voltooien.

Uitspraak

beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: 001674-16
Parketnummer: 23-002152-15
Beslissing op het bezwaarschrift op de voet van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1990,
adres: [adres],
ter zitting bijgestaan door mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam.

Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen het bevel van het openbaar ministerie de vervangende hechtenis van 18 dagen ten uitvoer te leggen, nu de taakstraf van 40 uren, waarvan rekening houdende met de aftrek wegens voorarrest 36 uur resteert en ter vervanging waarvan de hechtenis is opgelegd, niet (naar behoren) is verricht.

Procesverloop

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 25 oktober 2016 de advocaat-generaal, de veroordeelde en diens raadsvrouw ter terechtzitting gehoord.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift.

Beoordeling van het bezwaarschrift

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2016 (voor zover hier relevant) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren met aftrek van voorarrest, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis.
Blijkens het rapport van Reclassering Nederland van 11 juli 2016 heeft de veroordeelde de taakstraf in zijn geheel niet uitgevoerd. De advocaat-generaal heeft in verband daarmee op 22 juli 2016 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bevolen.
Vooropgesteld wordt dat het rapport betrekking heeft op twee opgelegde taakstraffen, te weten:
  • de onderhavige taakstraf (in de zaak met parketnummer 23-002152-15): 40 uren (36 uren na aftrek voorarrest naar de maatstaf van 2 uren per dag in verzekering doorgebracht);
  • de taakstraf in de zaak met parketnummer 23-000220-14: 180 uren.
Het rapport houdt het volgende in:
  • Op 23 mei 2016 is de veroordeelde zonder kennisgeving aan de reclassering niet verschenen op een intakegesprek.
  • Op 1 juni 2016 is de veroordeelde wederom zonder kennisgeving aan de reclassering niet verschenen.
  • Op 6 juni 2016 heeft de veroordeelde telefonisch contact opgenomen met de reclassering. Hij liet hen weten dat hij de eerste afspraak was vergeten en dat hij op vakantie was toen hij voor de tweede keer werd opgeroepen voor een intakegesprek. De reclassering heeft de verdachte daarop een laatste kans gegeven en gezamenlijk hebben zij afgesproken dat het intakegesprek op 7 juni 2016 zou plaatsvinden.
  • Op 7 juni 2016 is de veroordeelde op het intakegesprek verschenen. De veroordeelde is erop gewezen dat hij, gezien het feit dat hij onder meer voor openlijke geweldpleging is veroordeeld, zijn taakstraf enkel op het groepsproject kan uitvoeren. Met hem werd afgesproken dat hij op vrijdagen zijn taakstraf zal uitvoeren.
  • Op 14 juni 2016 is de veroordeelde zonder kennisgeving aan de reclassering niet verschenen op een kennismakingsbijeenkomst. De reclassering heeft de veroordeelde schriftelijk een officiële waarschuwing gestuurd en hem opnieuw opgeroepen voor een kennismakingsbijeenkomst op 21 juni 2016.
  • Op 21 juni 2016 is de veroordeelde op de kennismakingsbijeenkomst verschenen. Hij heeft te kennen gegeven dat hij de taakstraf niet op doordeweekse dagen kan verrichten vanwege zijn werk. De reclassering heeft de veroordeelde uitgelegd dat hij enkel aan het groepsproject kan meedoen en dat dat niet in het weekend kan. Hierop is besloten de taakstraf stop te zetten en de veroordeelde is daar dezelfde dag schriftelijk van op de hoogte gebracht.
De veroordeelde heeft ter zitting verklaard dat hij graag nog een kans krijgt de taakstraf te volbrengen. Hij is zelfstandig ondernemer en derhalve is hij afhankelijk van de opdrachten die hij krijgt en kan verrichten. Als hij de vervangende hechtenis moet uitzitten, raakt hij zijn opdrachten kwijt en heeft hij geen inkomen meer. Dat zou verstrekkende gevolgen hebben, aangezien hij de zorg draagt voor zijn vriendin en hun pasgeboren kind. Vanwege zijn werk is de veroordeelde niet in staat de taakstraf op een doordeweekse dag te verrichten.
Ter zitting is gebleken dat de zakelijk compagnon van de veroordeelde bereid is in het weekend te werken, zodat de veroordeelde op een doordeweekse dag de taakstraf kan uitvoeren. De veroordeelde heeft te kennen gegeven dat hij een eventuele kans aan zal grijpen en in dat geval bereid en in staat is de taakstraf op doordeweekse dagen te verrichten.
Het hof ziet hierin, en in het ter zitting ingenomen standpunt van de advocaat-generaal aanleiding de veroordeelde een allerlaatste kans te geven en merkt daarbij nadrukkelijk op
dat het aan de reclassering is te bepalen op welke dagen en tijdstippen en waar de taakstraf zal worden verricht, en dat veroordeelde zich daarnaar heeft te gedragen. Ook als de opdracht van de reclassering inhoudt dat de veroordeelde op een of meer doordeweekse dagen de taakstraf zal moeten verrichten, dient hij daaraan gehoor te geven.

Beslissing

Het hof:
Verklaart het bezwaarschrift gegrond;
bepaalt dat de veroordeelde nog 36 uren taakstraf moet verrichten;
bepaalt dat deze taakstraf moet worden voltooid binnen een termijn van twaalf maanden na heden.
Deze beslissing is genomen door mr. A.D.R.M. Boumans, mr. M.J.A. Duker en mr. LC. van Walree, in bijzijn van de griffier mr. D.G. Oomkes en is uitgesproken op de terechtzitting van het hof van 8 november 2016.
De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.