Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
de beschikbare dataaan weerszijden (ook die van de getuigen) in de periode april tot en met juni 2016;
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van De Arbodienst tegen een tussenvonnis waarin zij werd veroordeeld wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst met Stichting De Zevenster. De kern van het geschil is dat De Arbodienst onjuiste informatie heeft verstrekt in een probleemanalyse over het WAO-verleden van een werknemer, [B], wat De Zevenster belemmerde om gebruik te maken van een regeling uit de Ziektewet.
De feiten zijn dat [B] sinds 2006 bij De Zevenster in dienst was en zich vanaf 2010 langdurig ziek meldde. De bedrijfsarts van De Arbodienst vulde in een probleemanalyse in december 2010 in dat er geen bijzondere wettelijke regelingen golden, terwijl later bleek dat [B] een WAO-verleden had. De Zevenster stelt dat zij hierdoor geen aanspraak kon maken op een regeling die haar loonbetalingsverplichting had kunnen verminderen.
Het hof stelt vast dat het antwoord van de bedrijfsarts niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat De Arbodienst de bewijslast draagt voor haar verweer dat het antwoord overeenkwam met de toen beschikbare informatie. Het hof oordeelt ook dat het beroepsgeheim van de bedrijfsarts niet op deze informatie van toepassing is. Daarom wordt De Arbodienst toegelaten tot bewijslevering en wordt een getuigenverhoor bevolen. De verdere behandeling van de grieven wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof laat De Arbodienst toe tot bewijslevering en beveelt een getuigenverhoor, houdt verdere beslissing aan.