ECLI:NL:GHAMS:2016:5101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken bewijs van voordeel uit hennepteelt
De veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk telen en aanwezig hebben van 411 hennepplanten en het stelen van stroom in de periode van 1 april tot en met 7 juni 2011. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van ruim 35.000 euro, waarvan de politierechter een bedrag van ruim 31.000 euro oplegde.
De veroordeelde ging in hoger beroep tegen zowel de straf als de ontnemingsvordering. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde de veroordeling voor het bewerken van hennepplanten, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de ontnemingsvordering. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep werd vastgesteld dat enkel bewezen was dat de veroordeelde de hennepplanten had geknipt.
Het hof oordeelde dat niet aannemelijk was dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel had behaald uit de hennepteelt. Daarom wees het hof de vordering tot ontneming af en legde geen betalingsverplichting op. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de ontnemingsvordering te verwerpen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs dat de veroordeelde voordeel heeft behaald uit de hennepteelt.