Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
€ 830,00(achthonderdendertig euro).
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak wegens bedreiging. De rechtbank wees dit verzoek af omdat uit het strafdossier bleek dat verzoeker een bekennende verklaring had afgelegd en waarschijnlijk niet vrijgesproken zou zijn.
Het hof nam kennis van het dossier en hoorde partijen in raadkamer. Verzoeker was niet aanwezig, maar zijn raadsman voerde aan dat de rechtbank een onjuist criterium had gehanteerd en dat er billijkheidsoverwegingen waren voor vergoeding.
De strafzaak eindigde in een beleidssepot wegens verjaring. Het hof oordeelde dat verzoeker het aan zichzelf te wijten had dat hij kosten moest maken en dat er geen billijkheid bestond voor vergoeding van de volledige kosten. Wel werd een standaardvergoeding van €830 toegekend voor het opstellen en indienen van het verzoek in beide instanties.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het verzoek werd afgewezen en het standaardbedrag werd toegewezen. Het hof beval de betaling uit ’s Rijks kas.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand afgewezen behalve een standaardvergoeding van €830.