ECLI:NL:GHAMS:2016:4852
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- M.J.G.B. Heutink
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep voorlopige hechtenis wegens onvoldoende onderzoeksgrond
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot gevangenhouding bevatte. Verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij grootschalige handel in cocaïne en/of heroïne.
Hoewel het hof ernstige bezwaren acht tegen verdachte op grond van het dossier, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de voorlopige hechtenis noodzakelijk is voor het doen van nader onderzoek. Hierdoor vervalt de onderzoeksgrond voor de hechtenis.
Het hof constateert echter gegronde vrees voor recidive vanwege de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen en de kennelijke betrokkenheid van verdachte bij de handel. Vanwege onduidelijkheid over de precieze rol van verdachte kan het hof niet inschatten of voorwaarden het recidivegevaar kunnen beperken. Daarom wordt het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. Het beroep tegen de gevangenhouding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en het verzoek tot schorsing wordt geweigerd.