Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
gemachtigde: drs. P.H. Eenhoorn (BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V.),
1.Ontstaan en loop van het geding
Een kopie hiervan is toegezonden aan belanghebbende.
2.Feiten
(in euro’s)
2007 2006Netto-omzet 75.653 23.921
Kostprijs van de omzet
25 075.628 23.921
Overige bedrijfskosten
113.696 84.928
113.696 84.928Bedrijfsresultaat -38.068 -61.007
(…)
TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING over 2007
Bedrijfsopbrengsten
Netto-omzetSponsoring 45.000 23.000
Giften 30.000 0
Verhuur kantine 430 604
Museumbezoek 218 317
Vergoeding consumpties
5 075.653 23.921
Huisvestingskosten(in euro’s)
2007 2006Huur 106.095 81.750 (…)”
Belastingplichtige verhuurt 3 bedrijfshallen aan 2 van haar gelieerde rechtspersonen, [transportbedrijf] B.V. en [belanghebbende] (2 hallen). De verhuur is met omzetbelasting belast.”
Op 8 oktober 2010 is [belanghebbende] (…) door de heer (…) van de Belastingdienst Oost-Brabant bezocht in het kader van een bedrijfsbezoek (…) ANBI (…). Op basis van dit bedrijfsbezoek (en de evaluatie van de gegevens daarna) kon geen uitsluitsel worden gegeven over de ANBI-status. Dit is per brief d.d. 29 november 2010 medegedeeld. Op 6 december 2010 is een boekenonderzoek ANBI bij [belanghebbende] aangekondigd. Op 30 maart 2011 heeft het boekenonderzoek plaatsgevonden (…). Bij het boekenonderzoek is de aanmerking van [ belanghebbende] als ANBI met ingang van 1 januari 2008 (…) beoordeeld. Tevens heeft de beoordeling plaatsgevonden of ook nog wordt voldaan aan het 90%-criterium na de wetswijziging per 1 januari 2010.
(…)
2.7 Redelijke kosten
Ten tijde van het boekenonderzoek is gebleken dat de kosten van [belanghebbende] voornamelijk bestaan uit huisvestingskosten. [Belanghebbende] huurt van de heer [A] (voorzitter stichting (…)) een tweetal bedrijfshallen voor ongeveer € 100.000 per jaar om de collectie bedrijfswagens te kunnen tentoonstellen.
(…)
3 Controlebevindingen
Op het oorspronkelijke aanvraagformulier ‘Beschikking Algemeen Nut Beogende Instelling’ dat door [belanghebbende] is ingediend (…) is als doelomschrijving gegeven: ‘de exploitatie van een museum en expositieruimte met name dienende tot het voor algemeen publiek toegankelijk exposeren’. Daarnaast is op het formulier ‘Verklaring Nieuwe voorwaarden ANBI’ dat door de stichting in december is ingediend, verklaard dat de stichting vanaf 1 januari 2010 aan de nieuwe voorwaarden voldoet.
De activiteiten zoals omschreven in de doelomschrijving op het oorspronkelijke aanvraagformulier komen niet overeen met de feitelijke activiteiten van de stichting, zijnde het enkel in stand houden van de collectie en het zeer beperkt (4 uren in heel het jaar 2011) en op afspraak openstellen van het museum, de exploitatie van de vergaderruimte met horeca faciliteiten, het verrichten van horeca activiteiten en sponsoractiviteiten. Tevens is door de verklaring van de stichting op het formulier ‘Verklaring Nieuwe voorwaarden ANBI’ in december 2009 de ANBI-beschikking gehandhaafd per 1 januari 2010.
Gezien het feit dat [belanghebbende] niet voldoet aan het gestelde in artikel 41a, lid 1, onderdeel b Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en het hierboven vermelde omtrent de aanvraagprocedure ANBI-beschikking (en continuering per 1 januari 2010) kom ik tot de conclusie dat de ANBI-beschikking moet worden ingetrokken per 1 januari 2008.”
2. Herinnert u zich de toezegging van uw ambtsvoorganger dat een muziekvereniging die buiten de eigen ledenkring veel naar buiten treedt, naar alle waarschijnlijkheid kwalificeert als ANBI (debat in de Eerste Kamer op 15 december 2009)? (…)
[De] (…) anbi-beschikking van [belanghebbende] [is] met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken. (…)
Dit is aanleiding voor het (alsnog) opleggen van een (navorderings)aanslag successierecht aan [belanghebbende]. (…) De (navorderings)aanslag zal bedragen € 1.543.483.”
(…) De jaarstukken van het museum over de jaren 2005 tot en met 2007 zijn op de volgende data aan de Belastingdienst verzonden:
Jaar Datum verzending stukken
2005 28 september 2006
2006 27 september 2007
2007 21 juli 2008”
2 Wat gaat de Belastingdienst doen om iedere goededoelenorganisatie die is opgenomen in het ANBI-register wel aan alle voorwaarden te laten voldoen? Gaat de Belastingdienst bijvoorbeeld ANBI-statussen intrekken wanneer zij niet voldoen aan de voorwaarden? Zo nee, waarom niet?
Jaar Resultaat(…)
2005 nihil (…)
2006 61.966 (negatief) (…)”
3.De cassatiefase
In het licht van de betwisting door de Inspecteur dat de overgelegde jaarstukken inzicht bieden in belanghebbendes feitelijke werkzaamheden, is dit oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk.
De uitlating van de Staatssecretaris van Financiën in zijn in onderdeel 5.7 van de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde brief, noopt niet tot een andere conclusie.
vertrouwensbeginsel en/of het gelijkheidsbeginsel.
5.Beoordeling van het geschil na verwijzing
waarop deze instelling niet langer een algemeen nut beogend karakter heeft. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het tijdstip van intrekking kan liggen vóór de datum van dagtekening van de beschikking. Dit is voorts in overeenstemming met de jurisprudentie waarin is beslist dat bij de beoordeling of een instelling een ANBI is, mede gekeken dient te worden naar hetgeen de instelling in werkelijkheid nastreeft. De beoordeling van de daadwerkelijke handelwijze van een instelling impliceert naar het oordeel van de rechtbank een toets achteraf. Dit brengt met zich mee dat aan de afgifte van de ANBI-beschikking op zichzelf dan ook geen vertrouwen kan worden ontleend.
De verwijzing door eiseres naar uitlatingen van de staatssecretaris van Financiën van 23 juni 2011, DGB/2011/3467 U en van 16 februari 2012, 2012z00865, NTFR 2012/421, welke zijn gedaan naar aanleiding van Kamervragen, treft evenmin doel. Anders dan eiseres betoogt kan naar het oordeel van de rechtbank in de antwoorden van de staatssecretaris niet de door eiseres bepleite uitleg worden gelezen dat – samengevat – alleen in geval van misbruik van de ANBI-status deze met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken. Daarom kan eiseres aan die uitlatingen niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat de ANBI-beschikking niet met ingang van 1 januari 2008 kon worden ingetrokken.
In dat verband acht belanghebbende het (mede) van belang dat zij vanaf haar oprichting, 9 december 2005, reeds twee keer als ANBI is aangemerkt.
Voorts heeft belanghebbende gesteld dat zij door het optreden van de inspecteur schade heeft geleden.
Dit geldt in het bijzonder voor de stelling dat de inspecteur niet eerder dan in maart 2011 een boekenonderzoek heeft verricht. Voorts kan de enkele toezending – in juli 2008 – van de jaarstukken over 2007 aan de inspecteur, waarop de inspecteur niet heeft gereageerd, bij belanghebbende niet de indruk hebben gewekt van een bewuste standpuntbepaling door de inspecteur.
Volgens de inspecteur is sprake is van gelieerdheid tussen belanghebbende en haar oprichter/ bestuurder ([B]) en worden de (destijds) door de oprichter aan belanghebbende verstrekte giften en de door de transportonderneming van [B] verstrekte sponsorgelden door de overeengekomen betaling door de stichting van de jaarlijkse huur aan [A] – welke huur een onafhankelijke stichting met een dergelijk beperkt budget volgens de inspecteur niet zou zijn overeengekomen – op termijn aan het stichtingsvermogen onttrokken. Ook de in de stichting gevallen nalatenschap zou op deze wijze aan het vermogen van de stichting worden onttrokken. Ook om deze reden is van gelijke gevallen geen sprake en bestaat er juist aanleiding om de ANBI-status van belanghebbende met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 in te trekken, aldus nog steeds de inspecteur.
Bij belanghebbende beschikt de Belastingdienst daarentegen over een significant fiscaal belang bij intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht. Terecht heeft de inspecteur gewezen op de gevolgen voor de heffing van successierecht ter zake van de erfrechtelijke verkrijging door belanghebbende van de nalatenschap van [B] in 2008. Voorts geldt specifiek ten aanzien van belanghebbende dat sprake is van een gelieerdheid tussen haar en [A], de verhuurder van de ruimte(s) waarin de historische vervoermiddelen van het museum staan opgesteld en tevens lid van het bestuur van belanghebbende. Van een gelieerdheid was eveneens sprake tussen belanghebbende en [B], de oprichter van belanghebbende.
Tevens kan niet op voorhand ervan worden uitgegaan dat [transportbedrijf] B.V. als sponsor van belanghebbende – vermoedelijk is sprake van (enige) verbondenheid tussen deze vennootschap en belanghebbende – bij de eventuele toepassing van artikel 16 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2008) heeft mogen afgaan op de ANBI-status van belanghebbende. Op deze gronden acht het Hof ten aanzien van belanghebbende een fiscaal belang aanwezig. Belanghebbende onderscheidt zich in dit opzicht voor de toepassing van het ANBI-regime relevante aspecten van de 381 muziekverenigingen (en de overige door belanghebbende vermelde gevallen).
In verband met het hiervoor overwogene kent het Hof mede betekenis toe aan de gelieerdhe-den tussen belanghebbende en (wijlen) [B] (oprichter van belanghebbende) respectievelijk [A] (bestuurslid van belanghebbende), in het bijzonder vanwege het belang van laatstgenoemde bij de relatief hoge huurlasten van belanghebbende.