ECLI:NL:GHAMS:2016:4514
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen vervangende hechtenis en oplegging resterende taakstraf
De veroordeelde was bij arrest veroordeeld tot een taakstraf van 130 uren, te vervangen door 65 dagen hechtenis bij niet-nakoming. Uit rapportage van de reclassering bleek dat de veroordeelde slechts 22 uren had verricht en de taakstraf werd stopgezet vanwege ondermaatse werkhouding en incidenten.
Het openbaar ministerie beval daarop de tenuitvoerlegging van 53 dagen vervangende hechtenis. De veroordeelde stelde dat de problemen veroorzaakt waren door misverstanden met zijn werkmeester en dat hij bereid was de taakstraf af te maken. Tevens had hij reeds 9 dagen vervangende hechtenis uitgezeten.
Het hof oordeelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en dat de veroordeelde het stopzetten van de taakstraf aan zichzelf te wijten had. Desondanks werd, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, een allerlaatste kans gegeven om de resterende taakstraf van 88 uren binnen zes maanden te voltooien. De eerder doorgebrachte tijd in hechtenis werd in mindering gebracht, maar eerdere inverzekeringstellingen niet.
De beslissing werd genomen door drie rechters en uitgesproken op 15 november 2016.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaarschrift gegrond en legt een resterende taakstraf van 88 uren op met een termijn van zes maanden.