ECLI:NL:GHAMS:2016:4124
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring gerechtshof tot kennisneming klaagschrift inzake beslag op geldbedrag
In deze zaak diende klager een klaagschrift in bij het gerechtshof Amsterdam met het verzoek tot opheffing van beslag op een geldbedrag van €1.220,00, dat was verbeurd verklaard in een strafzaak tegen medeverdachte. Het gerechtshof had eerder medeverdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens termijnoverschrijding.
De advocaat-generaal concludeerde dat het klaagschrift niet bij het hof, maar bij de rechtbank Amsterdam ingediend had moeten worden, omdat deze rechtbank in hoogste feitelijke aanleg over de zaak had beslist. Tevens was het klaagschrift niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het einde van de vervolging ingediend.
Het hof oordeelde dat het niet bevoegd was het klaagschrift te behandelen en verklaarde zich onbevoegd. De zaak werd verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor verdere behandeling. Het hof hoefde daardoor niet te oordelen over de termijnoverschrijding.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 september 2016 en onverwijld betekend aan klager.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het klaagschrift en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.