ECLI:NL:GHAMS:2016:4013
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onveilige opvoedingssituatie
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind heeft verleend. De moeder betwist de noodzaak van uithuisplaatsing en verzoekt onder meer om plaatsing bij de grootouders en een contra-expertise.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de uithuisplaatsing vanwege blijvende zorgen over de verzorging, veiligheid en opvoeding van het kind. Uit het dossier blijkt dat de moeder een lichamelijke en verstandelijke beperking heeft, epilepsie en onvoldoende in staat is structuur en veiligheid te bieden ondanks langdurige hulpverlening.
Het hof overweegt dat de zorgen over de opvoedingssituatie en ontwikkeling van het kind onverminderd aanwezig zijn en dat plaatsing bij de grootouders niet in het belang van het kind is vanwege hun gebrek aan inzicht en wantrouwen jegens hulpverlening. De uithuisplaatsing is noodzakelijk en proportioneel in het belang van het kind. Het verzoek van de moeder wordt afgewezen en de beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.