ECLI:NL:GHAMS:2016:3924
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- C.M. Aarts
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid vennoot voor facturen ondanks uittreden uit vennootschap
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd waarbij [appellante], voormalig vennoot van een vennootschap onder firma, werd veroordeeld tot betaling van facturen van Batist Administratieve Dienstverlening.
De kern van het geschil betrof de vraag of Batist gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [A], de echtgenoot van [appellante], die per 1 augustus 2012 uit de vennootschap was getreden. Het hof overwoog dat ondanks het uittreden van [A], Batist mocht vertrouwen op diens vertegenwoordigingsbevoegdheid wegens de schijn van volmacht die was ontstaan door de voortdurende contacten en het feit dat alle relevante administratie via [A] werd verstrekt.
Verder stelde het hof vast dat de facturen betrekking hadden op daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en dat de hoogte van de facturen niet onredelijk was. De vordering van Batist werd daarom toegewezen en [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellante] tot betaling van de facturen en proceskosten.