ECLI:NL:GHAMS:2016:3817
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- M.J.G.B. Heutink
- J.L. Bruinsma
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis verdachte wegens vernietiging arrest Hoge Raad
De verdachte werd op 8 juli 2013 in verzekering gesteld op verdenking van doodslag en verboden wapenbezit, waarna hij op 11 juli 2013 in bewaring werd gesteld. Het hof had op 31 december 2014 de gevangenneming bevolen. Na vernietiging van het eerdere arrest door de Hoge Raad en terugwijzing van de zaak, verzocht de raadsman van de verdachte op 21 september 2016 om opheffing van de voorlopige hechtenis.
De raadsman stelde dat de voorlopige hechtenis niet langer gerechtvaardigd was gezien de inhoud van het arrest van de Hoge Raad en de duur van de hechtenis. De advocaat-generaal stemde in met het verzoek. Het hof was het eens met deze standpunten en besloot de voorlopige hechtenis op te heffen.
De beschikking werd op 21 september 2016 in raadkamer gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof, waarbij de advocaat-generaal de beschikking ter kennis bracht van de verdachte. Hiermee kwam een einde aan de voorlopige hechtenis van de verdachte in afwachting van verdere behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis toegewezen en de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.