Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- er is een traplift aangebracht;
- de keuken is onderrijdbaar gemaakt;
- het toilet is vergroot; er is een deel van de gang bijgetrokken;
- de natte cel is vergroot; er is een deel van de slaapkamer bijgetrokken;
- de ingang van de berging is aangepast, de poort is verbreed en de bestrating van de achterstaat is genivelleerd zodat deze berijdbaar was met een scootmobiel
3.Geschil in hoger beroep
(1) of de voorlopige teruggaven terecht zijn gebaseerd op de door belanghebbende ingediende aangifte;
(2) of belanghebbende recht heeft op aftrek van de door hem opgevoerde kosten in verband
met de verhuizing naar de woning;
(3) of de voorlopige aanslagen juist zijn verrekend, en
(4) of sprake is van schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
4.Beoordeling van het geschil
De door belanghebbende betaalde kosten zijn kosten van inrichting van de woning en zijn geen kosten van aanpassingen als bedoeld in bovengenoemd wetsartikel. Voorts is niet gesteld of aannemelijk geworden dat de kosten zijn opgeroepen door de aanpassingen aan de woning die in opdracht van de gemeente zijn verricht.
De klachten van belanghebbende hebben voor een groot deel betrekking op het gegeven dat de teruggaven zijn verricht aan de bewindvoerder en dat de (te betalen) aanslag aan belanghebbende is opgelegd nadat de schuldsanering is geëindigd. Het Hof ziet echter niet in dat ter zake daarvan enig verwijt aan de inspecteur kan worden gemaakt. De stelling dat de inspecteur de hiervoor genoemde algemene beginselen heeft geschonden ontbeert feitelijke grondslag.