Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
2.De behandeling in raadkamer
3.Ontvankelijkheid beklag
4.Feiten en omstandigheden
([persoon 1] en [kind])in het bed van d’r ouders gingen we vechten. En eh ja, één keer ehm ook in het donker.
Gerechtshof Amsterdam
In deze beklagzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het verzoek tot vervolging van twee politieambtenaren wegens meineed en valsheid in geschrift afgewezen. De klacht betrof onjuiste en te beknopte samenvattingen van een studioverhoor van een minderjarig kind, die in een proces-verbaal waren opgenomen en vervolgens werden gebruikt in een aanvraag tot doorzoeking.
De beklaagden erkenden dat de samenvattingen op enkele punten niet getrouw waren, maar stelden dat dit niet met opzet was gebeurd. Er bestond geen professionele standaard voor het opmaken van dergelijke samenvattingen, wat leidde tot verschillende werkwijzen. Het hof concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor het vereiste opzet en misleidingsdoel om tot vervolging over te gaan.
De klacht was tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard. Het hof oordeelde dat hoewel de samenvattingen onzorgvuldig waren, dit onvoldoende was voor een bewezenverklaring van meineed of valsheid in geschrift. Er waren geen aanwijzingen voor kwaadwilligheid of opzettelijke vervalsing. Het verzoek tot vervolging werd daarom afgewezen, en deze beslissing is definitief.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs voor opzet en misleiding bij de samenvatting van het studioverhoor.