Belanghebbende, een storingsmonteur, maakte bezwaar tegen de bijtelling van €8.618 wegens privégebruik van een door zijn werkgever ter beschikking gestelde bestelauto in 2011. Hij voerde aan dat de auto naar aard en inrichting nagenoeg uitsluitend geschikt zou zijn voor goederenvervoer, waardoor geen bijtelling zou moeten plaatsvinden.
Het Hof stelde vast dat de auto identiek was aan die in eerdere jaren beoordeeld, waarbij ook toen de bewijslast zwaar op belanghebbende rustte. Ondanks aanwezigheid van een tweede stoel en inrichting voor werkmateriaal, concludeerde het Hof dat deze kenmerken niet uitsluiten dat de auto ook voor privégebruik geschikt is. Belanghebbende hield geen kilometeradministratie bij om het privégebruik te beperken tot minder dan 500 kilometer per jaar.
Het incidenteel hoger beroep van de inspecteur over kennelijk onredelijk procesgebruik werd ongegrond verklaard, omdat het herhaaldelijk aanvechten van dezelfde kwestie over verschillende jaren niet onredelijk is. Het Hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.