Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
€ 3.624. Eiseres heeft de verbouwing in 2011 van de woning aan de [adres 3] als volgt beschreven:
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
'anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan'gedoeld op een voor duurzaam eigen gebruik bestemde woning welke overeenkomstig deze bestemming de belastingplichtige ter beschikking staat en niet in vrij opleverbare staat is te verkopen dan nadat de belastingplichtige op een andere wijze in zijn woonbehoefte heeft voorzien. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling blijkt voorts dat met de term '
hoofdverblijf'tot uitdrukking is gebracht dat slechts één woning voor de belastingplichtige als eigen woning kan worden aangemerkt (Kamerstukken II 1988/99, 26 727, nr. 3, blz. 144). Indien een woning de belastingplichtige weliswaar krachtens eigendom ter beschikking staat, maar de woning niet zijn hoofdverblijf is, valt de woning onder het regime van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van hoofdstuk 5 van de Wet IB 2001 ('box III').