Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is het gerechtshof Amsterdam op 28 april 2016 tot een arrest gekomen. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens mishandeling van een huisvriend door hem meerdere malen in het gezicht te stompen.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigd voor wat betreft de strafoplegging. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon van de verdachte, heeft het hof een andere straf passend geacht.
Het hof heeft meegewogen dat de verdachte eerder onherroepelijk voor mishandeling is veroordeeld, dat een werkstraf vanwege medische of psychische redenen geen haalbare optie is, en dat er sinds het incident geen nieuwe conflicten zijn ontstaan. Ook erkent de verdachte zijn schuld.
Daarom heeft het hof de straf gewijzigd in een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar. De gevangenisstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. Verder is rekening gehouden met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met de rechters Bruinsma, Boekhoudt en Gonggrijp-van Mourik, en uitgesproken op 28 april 2016.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar, in plaats van de eerder opgelegde taakstraf.