Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Wat is een DBC?
2. Doel van de regeling
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft een geschil over de vraag of Fa-Med een pandrecht heeft op vorderingen van Better Life op zorgverzekeraars ter zake van onderhanden werk (nog niet gefactureerde behandelingen) onder het DBC-systeem.
Better Life was een zorgaanbieder die gebruik maakte van de diensten van Fa-Med, welke een pandrecht verkreeg op de vorderingen van Better Life. Na het faillissement van Better Life stelde Fa-Med aanspraak op een pandrecht op het onderhanden werk. De curator betwistte dit, stellende dat volgens het DBC-systeem pas na afronding van een behandeling een vordering op de zorgverzekeraar ontstaat.
De rechtbank had het pandrecht toegewezen, maar het hof vernietigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat het DBC-systeem geen zelfstandige vordering creëert vóór afronding van de behandeling en sluiting van de DBC. Omdat Better Life vóór faillissement geen vorderingen op zorgverzekeraars had, kon er geen pandrecht op bestaan. Fa-Med werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en tot kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Fa-Med af en veroordeelt haar tot terugbetaling en proceskosten.