ECLI:NL:GHAMS:2015:941
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad gemeente wegens te late bouwvergunning en vrijstelling met schadeberekening
De zaak betreft een geschil tussen twee besloten vennootschappen en de gemeente Amsterdam over de te late verlening van een bouwvergunning en vrijstelling voor een loodsengebouw. De eisers zijn sinds 2000 eigenaar van een perceel waarop zij een grotere loods wilden bouwen, maar de gemeente verleende de vergunning pas in 2010, ruim vijf jaar later dan redelijkerwijs verwacht mocht worden.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de vergunning en vrijstelling te laat te verlenen en stelde een schadeberekening vast gebaseerd op het verschil in waarde tussen de grotere en kleinere loods per 1 januari 2006, vermeerderd met wettelijke rente. De gemeente stelde dat de schadeberekening onjuist was en dat de causale keten was verbroken doordat de eisers geen gebruik maakten van de vergunning na 2010.
Het hof oordeelt dat de schade in principe moet worden berekend aan de hand van de gederfde netto huurinkomsten over de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011, omdat de eisers ervoor kozen de vergunning niet te gebruiken, waardoor de causale keten werd doorbroken. Het hof wijst erop dat de gemeente ten onrechte de genoten huurinkomsten uit de kleinere loods in mindering bracht zonder rekening te houden met de kosten van sloop en beëindiging huurcontracten. Het hof verwijst de zaak terug voor nadere onderbouwing van de kosten die in mindering moeten worden gebracht op de huurinkomsten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De gemeente is onrechtmatig jegens eisers en de zaak wordt verwezen voor nadere onderbouwing van de schadeberekening.