Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen legde aan belanghebbende een aanslag afvalstoffenheffing op voor het jaar 2012 betreffende een appartement dat belanghebbende bezit maar niet bewoont. De rechtbank had de aanslag vernietigd omdat de woning niet bewoond werd en de nutsvoorzieningen afgesloten waren, waardoor geen afvalstoffen konden ontstaan.
In hoger beroep stelde het Gerechtshof dat het feitelijk gebruik van een perceel niet beperkt is tot bewoning en dat ook andere vormen van gebruik, zoals opslag van meubels, leiden tot belastingplicht. De woning was objectief geschikt voor bewoning en de aanwezigheid van meubels van belanghebbende maakte dat zij het perceel gebruikte.
Het hof verwierp het verweer dat alleen kosten die direct aan het perceel zijn toe te rekenen in rekening mogen worden gebracht en oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard, waardoor de aanslag afvalstoffenheffing blijft staan.