Verzoeker werd op 11 mei 2012 in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van poging tot doodslag op het slachtoffer. Na een langdurige procedure heeft het hof op 22 juli 2014 het beroep op noodweerexces gehonoreerd, waardoor verzoeker werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
Verzoeker vordert een schadevergoeding voor de periode van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, inclusief een aanvullend verzoek tot verdubbeling van het bedrag wegens immateriële schade. De advocaat-generaal adviseerde primair afwijzing en subsidiair gedeeltelijke toewijzing van forfaitaire bedragen.
Het hof overweegt dat de verdenking gerechtvaardigd was gezien de ernst van de feiten en de onduidelijkheid over de toedracht, mede veroorzaakt door de verklaring van verzoeker en het excessieve geweld. Daarom acht het hof het redelijk dat verzoeker een deel van de nadelige gevolgen draagt. Het aanvullende verzoek tot verdubbeling wordt afgewezen wegens gebrek aan uitzonderlijke omstandigheden.
Uiteindelijk kent het hof een schadevergoeding toe van €32.000, waarbij rekening is gehouden met zowel materiële als immateriële schade. Deze beschikking is uitgesproken op 25 februari 2015 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.