Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hun huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren, over wie gezamenlijk gezag wordt uitgeoefend en die bij de vrouw verblijven. In het echtscheidingsconvenant is onder meer een kinderalimentatie vastgesteld van €500 per kind per maand, met een wijzigingsbeding dat alleen bij ingrijpende omstandigheden wijziging toelaat.
De man is in hoger beroep gekomen tegen de vastgestelde kinderalimentatie en verzocht om een aanzienlijke verlaging van de bijdrage, mede op grond van gewijzigde financiële omstandigheden en het verblijf van een kind bij hem. De vrouw heeft het hoger beroep betwist en heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het hof oordeelt dat de inschrijving van de echtscheiding en de akte van berusting het recht op hoger beroep tegen nevenvoorzieningen niet uitsluiten. De Haviltex-formule is maatgevend voor de uitleg van de akte, die uitsluitend ziet op de echtscheiding zelf. Het hof vindt geen aanleiding het convenant en de beschikking te wijzigen, omdat de afspraken bewust zijn gemaakt, de man zich bewust was van zijn financiële situatie en er geen relevante wijziging van omstandigheden is gebleken. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vrouw blijft buiten beschouwing. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie af.