ECLI:NL:GHAMS:2015:627
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsende werking hoger beroep bij mededelingstermijn douaneschuld
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de termijn van drie jaar, bedoeld in artikel 221, lid 3, van het Communautair douanewetboek (CDW), voor het uitreiken van een uitnodiging tot betaling (UTB) wordt geschorst door het instellen van hoger beroep. Na vernietiging van een eerste UTB door de rechtbank, heeft de inspecteur een tweede UTB opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de tweede UTB niet tijdig was uitgereikt omdat de schorsing van de termijn niet zou gelden tijdens hoger beroep.
Het Hof stelt dat onder het Unierechtelijke begrip ‘beroep’ de gehele nationale bezwaar- en beroepsprocedure moet worden verstaan, inclusief hoger beroep en cassatie. De termijn van drie jaar wordt dus geschorst gedurende deze gehele procedure. Dit betekent dat de tweede UTB tijdig is uitgereikt. Daarnaast oordeelt het Hof dat de inspecteur de oorspronkelijke boeking in stand heeft gelaten en dat eventuele wijzigingen in het geboekte bedrag niet leiden tot vernietiging van de UTB.
De stelling dat de UTB moet worden vernietigd wegens niet-onmiddellijke mededeling aan belanghebbende wordt verworpen, waarbij het Hof verwijst naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de inspecteur ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van de inspecteur ongegrond en bevestigt dat de tweede UTB tijdig is uitgereikt.