ECLI:NL:GHAMS:2015:5808

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2015
Publicatiedatum
20 juli 2016
Zaaknummer
13/751072-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 OLWArt. 64 OLWArt. 5 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verlenging overleveringsdetentie en afwijzing schorsingsverzoek

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van een opgeëiste persoon tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van zijn overleveringsdetentie. De opgeëiste persoon verbleef in de huis van bewaring te Zwaag en was vertegenwoordigd door een raadsman.

Het hof heeft geoordeeld dat op grond van artikel 34 van Pro de Overleveringswet hoger beroep tegen een bevel tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon niet openstaat, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Daarnaast is het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie beoordeeld aan de hand van artikel 64 OLW Pro, dat schorsing alleen toestaat zolang er nog geen rechterlijke beslissing is genomen over de overlevering.

Het hof vond geen sprake van een uitzonderlijk geval waarbij een dreigende schending van artikel 5 EVRM Pro zou optreden, mede gezien de korte duur van de detentie in Nederland. Daarom is het verzoek tot schorsing afgewezen. De beschikking is gegeven in raadkamer op 13 mei 2015 door de raadsheren Hartsuiker, de Groot en Loyson.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen verlenging van de overleveringsdetentie is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot schorsing van de detentie is afgewezen.

Uitspraak

13/751072-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1983,
wonende te zonder bekende woon - of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,
tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam, internationale rechtshulpkamer, van 23 april 2015, houdende bevel tot verlenging van zijn overleveringsdetentie en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 23 april 2015, waarbij namens de opgeëiste persoon hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon en heeft gehoord de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman mr. [naam].

De beoordeling

Voor zover het beroep is gericht tegen het bevel tot verlenging van zijn overleveringsdetentie overweegt het hof als volgt.
Gelet op het bepaalde in artikel 34 van Pro de Overleveringswet (OLW), is het hof van oordeel dat de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu tegen een bevel tot (verlenging van de) gevangenhouding van een opgeëiste persoon geen hoger beroep openstaat.
Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie overweegt het hof als volgt.
Gelet op artikel 64 OLW Pro is een schorsing van de overleveringsdetentie alleen mogelijk zolang er nog geen rechterlijke beslissing is genomen over het toestaan van de overlevering. Deze regel lijdt slechts uitzondering indien zich een exceptioneel geval voordoet, waarbij sprake is van een dreigende schending van de rechten gewaarborgd in artikel 5 EVRM Pro. Het hof is van oordeel dat van een dergelijk geval in casu geen sprake is, mede gelet op de korte duur dat de opgeëiste persoon zich in Nederland in overleveringsdetentie heeft bevonden.
13/751072-15

De beslissing

Het hof:
VERKLAART de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de verlenging van de overleveringsdetentie;
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie.
Deze beschikking is gegeven op 13 mei 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. H.W.J. de Groot en J.W.H.G. Loyson, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de opgeëiste persoon.
Amsterdam, 13 mei 2015,
de advocaat-generaal