ECLI:NL:GHAMS:2015:5737
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- M.J.G.B. Heutink
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis bij zeer ernstig feit ondanks minderjarigheid verdachte
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 18 november 2015 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot voorlopige hechtenis van een minderjarige verdachte. Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank en verwierp het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De beoordeling was gebaseerd op ernstige bezwaren tegen de verdachte, waaronder het aantreffen van een peilbaken en de relatie met een dodenlijst, alsmede het tijdsverloop tussen de diefstal van fotoapparatuur en het aantreffen daarvan in de woning van de verdachte. Het hof oordeelde dat er geen grond was voor schorsing op basis van artikel 67a lid 3 Sv.
Hoewel de verdachte minderjarig is, achtte het hof dit onvoldoende om af te wijken van het standpunt dat bij zeer ernstige feiten en een geschokte rechtsorde alleen schorsing mogelijk is bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. Het ontbreken van een advies tot schorsing van de Raad voor de Kinderbescherming en het feit dat de verdachte in proeftijd was van een eerdere veroordeling, versterkten dit oordeel.
Het hof concludeerde dat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheid en wees het beroep en het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding van de verdachte.