ECLI:NL:GHAMS:2015:5466

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 december 2015
Publicatiedatum
24 december 2015
Zaaknummer
200.182.276/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 lid 4 GerechtsdeurwaarderswetArt. 515 lid 4 SvArt. 515 lid 5 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen wrakingsbeslissing met wrakingsverbod

In deze zaak heeft de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 december 2015 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verzoeker tegen een wrakingsbeslissing van 17 november 2015. Deze wrakingsbeslissing betrof een verbod op verdere wrakingsverzoeken tegen de tuchtrechters die de wrakingsverzoeken behandelden.

De wrakingskamer stelde vast dat op grond van artikel 37 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en de toepasselijkheid van Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Sv) leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kunnen worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Echter, artikel 515 lid 5 Sv Pro bepaalt uitdrukkelijk dat tegen beslissingen van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat, ook niet tegen een wrakingsverbod.

Daarom werd het hoger beroep van verzoeker als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer benadrukte dat deze regeling niet verhindert dat in het hoger beroep in de hoofdzaak de wrakingsbeslissing alsnog ter discussie kan worden gesteld of dat er geklaagd kan worden over rechterlijke onpartijdigheid in eerste aanleg.

Vanwege de niet-ontvankelijkheid werd geen mondelinge behandeling van het hoger beroep bepaald en kwam de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing met wrakingsverbod.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.182.276/01
beslissing van de wrakingskamer van 22 december 2015
inzake het op 26 november 2015 ingediende beroepschrift van
[X],
wonend te [woonplaats] ,
hierna: [X] .

1.Het geding

Het beroepschrift d.d. 23 november 2015 is op 26 november 2015 binnengekomen bij de Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer van dit hof. Het beroepschrift is vervolgens door de Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer doorgeleid naar de wrakingskamer van dit hof.
Het hoger beroep ziet op het deel van de beslissing van de wrakingskamer van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam van 17 november 2015 in de zaak met zaaknummer [nummer] , waarbij genoemde wrakingskamer heeft bepaald:
“dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de tuchtrechters belast met de behandeling van het wrakingsverzoek van [X] in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen”.

2.Beoordeling

2.1
De wrakingskamer stelt voorop dat op grond van artikel 37 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet de leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kunnen worden gewraakt indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is van overeenkomstige toepassing verklaard.
2.2
Artikel 515 lid 5 Sv Pro bepaalt dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel open staat. Dit geldt zowel voor de beslissing op het wrakingsverzoek als de beslissing tot het opleggen van een wrakingsverbod op grond van artikel 515 lid 4 Sv Pro. Reeds op grond van het voorgaande is [X] kennelijk niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
2.3
De wrakingskamer merkt in dit verband nog wel op dat deze regeling onverlet laat dat in het kader van een eventueel hoger beroep in de hoofdzaak ook de beslissing op het wrakingsverzoek ter discussie kan worden gesteld. Bovendien kan, los van de beslissing op het wrakingsverzoek, in hoger beroep worden geklaagd over een gebrek in de rechterlijke onpartijdigheid in eerste aanleg.
2.4
Omdat [X] kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep, is op grond van artikel 11 lid 1 van Pro het wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag geen mondelinge behandeling van het hoger beroep bepaald. Aan een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift komt de wrakingskamer niet toe.

3.Beslissing

Het hof:
verklaart [X] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S. Clement, A.D.R.M. Boumans en L.A.J. Dun en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015 in aanwezigheid van de griffier.