ECLI:NL:GHAMS:2015:5198
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen niet vervolging wegens belediging in context van vrijheid van meningsuiting
Klager diende een beklag in tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om geen strafvervolging in te stellen tegen drie personen die hem zouden hebben beledigd naar aanleiding van een interview in Het Parool.
Het hof heeft het dossier, inclusief het ambtsbericht en de sepotbrief, bestudeerd en beoordeelt of er voldoende aanwijzingen zijn voor een strafbare belediging die vervolging rechtvaardigt. Daarbij is het toetsingskader van artikel 10 EVRM Pro en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens leidend, waarbij vrijheid van meningsuiting een groot gewicht krijgt, zeker bij uitingen in het publieke debat en over publieke personen.
Hoewel sommige uitlatingen mogelijk beledigend zijn, acht het hof de context van het interview, waarin klager en zijn partner als politieambtenaren werden besproken, zodanig dat kritiek en scherpe uitlatingen verwacht en geduld moeten worden. Het hof concludeert dat vervolging niet opportuun is en dat het maatschappelijk belang onvoldoende is om de vervolging te rechtvaardigen.
Het beklag wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing van het Openbaar Ministerie wordt door het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het beklag af en bevestigt het besluit van het OM om niet tot vervolging over te gaan wegens het belang van vrijheid van meningsuiting.