Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X],
1.Het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
5 januari 2016een verweerschrift in hoger beroep ter griffie van het hof kunnen indienen.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter en betaalde het griffierecht elf dagen te laat. Volgens artikel 3 lid 4 Wgbz Pro en artikel 282a lid 2 Rv leidt niet-tijdige betaling tot niet-ontvankelijkheid.
Appellant voerde aan dat de advocaat de factuur niet had ontvangen en direct na ontvangst van de nota de betaling verrichtte. Hoewel het hof erkent dat deze omstandigheden in de risicosfeer van appellant liggen, wordt de hardheidsclausule van artikel 282a lid 4 Rv toegepast om een onbillijke situatie te voorkomen.
Het hof verwijst naar een eerdere uitspraak waarin vergelijkbare omstandigheden werden beoordeeld en stelt dat ook in verzoekschriftprocedures de betalingstermijn start bij indiening van het verzoekschrift. De sanctie van niet-ontvankelijkheid wordt als te zwaar beoordeeld. Daarom wordt appellant ontvankelijk verklaard en wordt geïntimeerden een termijn gegeven om een verweerschrift in te dienen.
Uitkomst: Appellant wordt ontvankelijk verklaard in hoger beroep ondanks te late betaling van het griffierecht.