Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
[Hof: r.o. 72 tot en met 75]
[Hof: r.o. 28 tot en met 39]
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een financial trading company en market maker, was lid van diverse beurzen en nam daarnaast verschillende diensten af zoals market data, connectivity en rackspace van beurzen en een prime broker [A]. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op, welke belanghebbende betwistte met het argument dat deze diensten vrijgesteld zijn als handelingen inzake effecten.
De rechtbank oordeelde dat de diensten niet als één ondeelbare prestatie met het lidmaatschap kunnen worden beschouwd en dat de diensten afzonderlijk beoordeeld moeten worden. Het Hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de diensten zelfstandige economische doelen dienen en niet ondergeschikt zijn aan het lidmaatschap of de handelsbevoegdheid.
Het Hof verwijst naar Europese jurisprudentie en benadrukt dat de diensten geen juridische of financiële wijzigingen teweegbrengen die kenmerkend zijn voor transacties in effecten. Ook de rackspace-dienst wordt niet als verhuur van onroerende zaken aangemerkt. De conclusie is dat de diensten niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.