Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.SLOTERDAM VASTGOED B.V.,
ESTRADA VASTGOED B.V.,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
primairvoor recht zal verklaren dat tussen partijen op 29 augustus 2012 althans op 4 oktober 2012 althans op een door het hof te bepalen datum een bindende huurovereenkomst tot stand is gekomen, voor recht zal verklaren dat Element toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van die huurovereenkomst en deze zal ontbinden en, ten slotte, Element zal veroordelen tot, kort gezegd, vergoeding van de door Sloterdam geleden schade bestaande uit gederfde huurpenningen,
subsidiairvoor recht zal verklaren dat Element tekort is geschoten in de nakoming van haar precontractuele verplichtingen jegens Sloterdam dan wel onrechtmatig jegens Sloterdam heeft gehandeld door (de wijze van) het afbreken van de onderhandelingen tussen partijen en Element zal veroordelen tot vergoeding van de als gevolg daarvan door Sloterdam geleden schade, op te maken bij staat, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.
2.De feiten
3.De beoordeling
primairvoor recht te verklaren dat tussen partijen op 29 augustus 2012, althans op 4 oktober 2012, althans op een datum die de kantonrechter juist acht, een bindende huurovereenkomst tot stand is gekomen alsmede voor recht te verklaren dat Element is tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst en die overeenkomst gerechtelijk te ontbinden, en, voorts, Element te veroordelen tot vergoeding van de ontstane schade, bestaande uit gederfde huurpenningen vanaf 1 januari 2013 tot 1 september 2013 en het verschil tussen de huurprijs die Sloterdam vanaf 1 september 2013 ontvangt en de huurprijs die Element zou betalen gedurende de overeengekomen looptijd van de huurovereenkomst ad € 279.999,99, en
subsidiairvoor recht te verklaren dat Element toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar precontractuele verplichtingen jegens Sloterdam dan wel onrechtmatig jegens Sloterdam heeft gehandeld door (de wijze van) het afbreken van de onderhandelingen tussen partijen en Element te veroordelen tot vergoeding van de aldus voor Sloterdam ontstane schade, op te maken bij staat. Zij heeft daartoe, kort gezegd, het volgende gesteld. Tussen partijen is op 29 augustus 2012 althans kort daarna een geldige huurovereenkomst tot stand gekomen. Element is deze overeenkomst echter niet nagekomen. Vanwege deze toerekenbare tekortkoming van Element wil Sloterdam de overeenkomst ontbinden. Zij vordert de als gevolg van de tekortkoming geleden schade, te weten gederfde huurinkomsten. Deze bestaan hieruit dat het pand gedurende enkele maanden leeg heeft gestaan en er geen huurinkomsten zijn ontvangen. Voorts kon het pand aan derden, maar tegen een lagere huurprijs, worden verhuurd. Het verschil aan te ontvangen huur vormt de door Sloterdam geleden en te lijden schade. Indien ervan moet worden uitgegaan dat op 29 augustus 2012 of kort daarna geen geldige huurovereenkomst tot stand is gekomen, stond het Element niet vrij de onderhandelingen te staken. Element heeft dat, op 8 november 2012, wel gedaan. Element is aansprakelijk voor de als gevolg daarvan gelden schade. Element heeft tegen een en ander verweer gevoerd.
grief 1 tot en met grief 4falen en dat
grief 5buiten bespreking kan blijven.
grief 7evenmin terecht is voorgesteld.
grief 6deelt, als afhankelijke grief, het lot van de reeds besproken grieven – en dat de overige stellingen en weren van partijen geen bespreking meer behoeven.