ECLI:NL:GHAMS:2015:4462
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurovereenkomst woonruimte en tekortkoming door ontzegging toegang en beschadiging eigendommen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen partijen een huurovereenkomst voor woonruimte bestond en of appellant tekortgeschoten was in de nakoming daarvan door geïntimeerde de toegang tot de woning te ontzeggen en haar eigendommen buiten te plaatsen.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de kantonrechter, waaronder dat geïntimeerde sinds 1 juni 2011 een deel van de woning gebruikte en daarvoor een tegenprestatie leverde. Appellant betwistte het bestaan van een huurovereenkomst, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Het hof oordeelde dat er wel degelijk een huurovereenkomst bestond en dat appellant tekort was geschoten door zonder opzegtermijn de toegang te ontzeggen en de sloten te vervangen.
Daarnaast stelde geïntimeerde schadevergoeding te vorderen voor beschadigde en niet teruggegeven eigendommen, alsmede de kosten van een slotenmaker. Het hof achtte appellant aansprakelijk voor deze schade, omdat hij de eigendommen onvoorzichtig buiten had geplaatst en de toegang had ontzegd. De vorderingen werden toegewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd, met een nieuwe veroordeling tot betaling van € 3.254,44 aan geïntimeerde.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 3.254,44 aan geïntimeerde wegens tekortkoming in de huurovereenkomst en schadevergoeding.