ECLI:NL:GHAMS:2015:4360
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging antidumpingrechten op ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen verzonden uit Maleisië
Belanghebbende, een handelsonderneming, betwistte de door de Belastingdienst opgelegde antidumpingrechten op ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen die zij invoerde uit Maleisië. De inspecteur had een uitnodiging tot betaling uitgevaardigd wegens vermeende ontwijking van antidumpingrechten die oorspronkelijk golden voor producten uit China.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de Europese Commissie terecht de antidumpingrechten had uitgebreid op goederen verzonden uit Maleisië, ook al waren deze goederen van Maleisische oorsprong, omdat de uitbreiding gericht is op het bestrijden van ontwijking van antidumpingrechten.
Belanghebbende voerde aan dat de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 ongeldig was en dat er geen sprake was van schade, maar het Hof verwierp deze bezwaren. Het Hof benadrukte de ruime beoordelingsvrijheid van de EU-instellingen en dat het nationale hof niet bevoegd is de geldigheid van EU-verordeningen te toetsen, behalve door prejudiciële vragen te stellen, waarvoor in deze zaak geen aanleiding was.
Het Hof concludeerde dat de antidumpingrechten terecht en op juiste wijze waren vastgesteld en dat het hoger beroep ongegrond is. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.