ECLI:NL:GHAMS:2015:3927
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vernietiging leaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze civiele zaak gaat het om de vraag of leaseovereenkomsten die appellant met Dexia Nederland B.V. heeft gesloten rechtsgeldig vernietigd kunnen worden door zijn echtgenote wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. De kantonrechter wees het verzoek af omdat zij oordeelde dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomsten.
Het hof neemt de feiten van de kantonrechter over en bevestigt dat de leaseovereenkomsten als koop op afbetaling (huurkoop) kwalificeren en dat de echtgenote op grond van de wet het recht had deze te vernietigen indien geen toestemming was gegeven. De verjaringstermijn van drie jaar is hierbij bepalend.
Het hof oordeelt dat de echtgenote inderdaad eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de leaseovereenkomsten, mede gelet op de inconsistenties in de getuigenverklaringen van appellant en zijn echtgenote en het gebruik van een zakelijke rekening. Hierdoor is de vordering verjaard.
Appellant beroept zich nog op de stuitende werking van een collectieve procedure van de stichting Eegalease en Dexia, maar het hof acht het aangewezen eerst het arrest van de Hoge Raad af te wachten voordat hierover wordt beslist. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 19 april 2016.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van het arrest van de Hoge Raad over de collectieve procedure.