ECLI:NL:GHAMS:2015:3891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarder inzake derdenbeslag en beslagvrije voet
Klaagster had een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder omdat het executoriaal derdenbeslag niet werd opgeheven en het vakantiegeld volledig werd ingehouden, wat volgens haar onjuist was. De kamer voor gerechtsdeurwaarders had deze klacht ongegrond verklaard. In hoger beroep formuleerde klaagster een nieuwe klacht, maar het hof verklaarde deze niet-ontvankelijk.
De feiten betreffen een derdenbeslag gelegd onder het UWV in Amsterdam op vorderingen van verschillende opdrachtgevers. Klaagster had betalingsvoorstellen gedaan, maar deze leidden niet tot volledige betaling. De beslagvrije voet was vastgesteld op basis van door klaagster verstrekte inkomensgegevens. Een voorstel tot finale kwijting werd door de opdrachtgever afgewezen.
Het hof oordeelde dat het niet verwijtbaar is aan de gerechtsdeurwaarder dat het beslag niet werd opgeheven, aangezien geen akkoord was van de opdrachtgevers. Over de beslagvrije voet en het vakantiegeld verwees het hof naar een arrest van de Hoge Raad dat het standpunt van de gerechtsdeurwaarder achteraf als onjuist bestempelde, maar dat er geen tuchtrechtelijk verwijt was omdat de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet daarop heeft herberekend.
Het hof bevestigde de eerdere beslissing en verklaarde de nieuwe klacht niet-ontvankelijk, waarmee de klacht ongegrond bleef.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.