ECLI:NL:GHAMS:2015:3657

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 april 2015
Publicatiedatum
9 september 2015
Zaaknummer
23-004622-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens ontoerekeningsvatbaarheid verdachte en psychiatrisch onderzoek

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 november 2014 heeft het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2015 een tussenarrest gewezen. Tijdens beraadslaging bleek het onderzoek niet volledig, mede door rapportages van deskundigen die stelden dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en adviseerden hem als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.

Het hof constateerde dat verdachte inmiddels zelfstandig woont zonder bekende incidenten, maar acht nadere informatie over zijn geestvermogens en het gevaar dat hij kan vormen noodzakelijk. Daarom werd het onderzoek heropend en geschorst, met opdracht tot benoeming van nieuwe deskundigen die een psychiatrisch en psychologisch rapport moeten opstellen.

De zaak werd verwezen naar de raadsheer-commissaris of rechter-commissaris voor het uitvoeren van dit onderzoek, en de verdachte en zijn raadsvrouw werden opgeroepen voor een nader te bepalen zitting. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam.

Uitkomst: Onderzoek heropend en geschorst voor aanvullend psychiatrisch en psychologisch onderzoek wegens ontoerekeningsvatbaarheid verdachte.

Uitspraak

parketnummer: 23-004622-14
datum uitspraak: 3 april 2015
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 november 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-860138-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2015 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.

Overwegingen

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Omtrent de verdachte zijn rapportages opgemaakt door [deskundige1], Gz-psycholoog, van 29 september 2014 en [deskundige2], psychiater/psychotherapeut van 22 september 2014. In beide rapportages wordt geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en wordt geadviseerd hem ten aanzien van het hem tenlastegelegde als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen. Tevens wordt geadviseerd de verdachte op grond van artikel 37 van Pro het Wetboek van Strafrecht te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis, waarbij is vermeld dat het recidivegevaar zonder behandeling vrij groot is en dat de verdachte vanwege zijn stoornis op korte termijn een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving kan gaan vormen.
Het hof heeft vastgesteld dat verdachte inmiddels weer een aantal maanden zelfstandig woont en dat zich in deze periode, voor zover bekend, geen incidenten hebben voorgedaan. Het hof wil daarom nader voorgelicht worden ten aanzien van de geestvermogens van verdachte en in het bijzonder over de mate van gevaar die verdachte mogelijk vormt voor zichzelf, anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen.
Het hof zal daarom het gesloten onderzoek heropenen, schorsen en de zaak verwijzen naar de raadsheer-commissaris, dan wel, indien de raadsheer-commissaris daar termen voor aanwezig acht, de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Noord-Holland, opdat deze (nieuwe) deskundigen benoemt en door hen een psychiatrisch en een psychologisch rapport omtrent de verdachte laat opmaken aan de hand van de gebruikelijke vraagstelling.

Beslissing

Het hof:
Heropent het onderzoek, schorst dit voor onbepaalde tijd en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.
Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof,
subsidiairnaar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland, indien de raadsheer-commissaris voornoemd daartoe termen aanwezig acht, teneinde het ertoe te leiden dat omtrent de persoon van de verdachte door een (nieuw) te benoemen psychiater en psycholoog een deskundigenverslag wordt opgemaakt.
De stukken worden hiertoe in handen gesteld van de raadsheer-commissaris voornoemd.
Beveelt voorts de oproeping van de verdachte en de raadsvrouw van de verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.J.I. de Jong en mr. J.G.B. Pikkemaat, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. van Rede, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 april 2015.
[....]