ECLI:NL:GHAMS:2015:2948
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aandelenleaseovereenkomst en verrekening na vernietiging
In deze zaak stond de vernietiging van aandelenleaseovereenkomsten centraal, waarbij de echtgenote van appellant een beroep deed op nietigheid van de overeenkomsten op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrieven op de hoogte was van de leaseovereenkomsten, was ontzenuwd.
De discussie spitste zich toe op de verrekening van bedragen die Dexia Nederland B.V. aan appellant had betaald en de teruglevering van aandelen die aan appellant waren geleverd. Dexia stelde dat appellant de verkoopopbrengst van de aandelen moest aantonen, terwijl appellant betwistte dat dividenden waren uitgekeerd en stelde dat verrekening op basis van de waarde van de aandelen op het moment van levering of vernietiging moest plaatsvinden.
Het hof besloot de zaak op gelijke wijze af te doen als eerdere vergelijkbare zaken, waarbij de uitkering in geld wordt bepaald op de verkoopwaarde ter beurze op de dag van vernietiging of op de dag van verkoop indien eerder verkocht. De gevolgen van het aanhouden van de aandelen na vernietiging komen voor rekening en risico van appellant.
Omdat appellant niet de benodigde gegevens had verstrekt over de waarde van de aandelen, verwees het hof de zaak naar een rolzitting om hem in de gelegenheid te stellen deze gegevens te overleggen, waarna Dexia een antwoordakte kan nemen. Het hof moedigde partijen aan het geschil in onderling overleg af te wikkelen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomst en verwijst de zaak voor nadere gegevens over de aandelenwaarde, met verrekening op basis van verkoopwaarde.