ECLI:NL:GHAMS:2015:2160
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schorsingstermijn en verdedigingsbeginsel bij oplegging tweede douaneschuld
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag of de termijn van drie jaar voor het opleggen van een uitnodiging tot betaling (UTB) van douanerechten wordt geschorst door het instellen van hoger beroep. Het Hof stelt vast dat onder het Unierechtelijke begrip 'beroep' de gehele nationale bezwaar- en beroepsprocedure valt, inclusief hoger beroep en cassatie.
De inspecteur had na vernietiging van de eerste UTB een tweede UTB opgelegd. Hoewel het Hof oordeelt dat deze tweede UTB tijdig is uitgereikt, wordt deze alsnog vernietigd omdat de inspecteur het verdedigingsbeginsel heeft geschonden. Belanghebbende was niet volledig geïnformeerd over cruciale documenten, waaronder een OLAF-rapport waarvan twee versies bestonden met belangrijke verschillen die niet adequaat werden toegelicht.
Het Hof wijst het incidenteel hoger beroep van belanghebbende af en bevestigt de forfaitaire proceskostenvergoeding. De inspecteur wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van € 2.450. De uitspraak benadrukt het belang van volledige informatieverstrekking en correcte toepassing van termijnen binnen douanerechtelijke procedures.
Uitkomst: De tweede UTB is tijdig opgelegd maar wordt vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel; de inspecteur wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van € 2.450.