Uitspraak
1.[APPELLANT SUB 1] en
[APPELLANT SUB 2],
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1] en
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
Dat was in juni 2011”
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep stond de vraag centraal of de koopoptie van €175.000, vermeerderd met €1.500 per jaar, betrekking had op zowel de horecahuurovereenkomst als de huurovereenkomsten van de bovengelegen appartementen in een pand te Amsterdam. Na een eerder tussenarrest mochten geïntimeerden tegenbewijs leveren, maar de getuigenverklaringen en schriftelijke stukken konden het eerdere oordeel van het hof niet ontzenuwen.
De broer van geïntimeerde bevestigde de lezing van geïntimeerden, maar zijn verklaring had beperkte bewijswaarde omdat hij niet uit eigen wetenschap kon verklaren. Andere getuigenverklaringen en een telefoongesprek boden onvoldoende duidelijkheid om het eerdere oordeel te wijzigen. Het hof concludeerde dat de koopoptie inderdaad beide huurovereenkomsten omvatte.
Appellanten vorderden nakoming van de koopoptie en medewerking aan de uitvoering van de koop van de huurcontracten. Hoewel nog onzeker was of de verhuurder toestemming zou geven voor de contractsovername, veroordeelde het hof geïntimeerden tot medewerking waar dat nodig was om de transactie te laten slagen.
Een verzoek tot het verbinden van een dwangsom werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Het hof vernietigde de vonnissen waarvan beroep, wees de vordering van appellanten toe en veroordeelde geïntimeerden in de proceskosten van beide instanties. Het arrest werd op 12 mei 2015 gewezen door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot medewerking aan de indeplaatsstelling en contractsovername van de huur van horeca en appartementen voor €175.000, vermeerderd met €1.500 per jaar.