ECLI:NL:GHAMS:2015:173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- M.M.M. Tillema
- J.W. Hoekzema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid boetebeding en ontbindingsovereenkomst informaticadiensten
In deze civiele zaak stond een overeenkomst tot het verrichten van informaticadiensten centraal, waarbij Proximedia een boetebeding van 60% van de nog niet vervallen maandtermijnen hanteerde bij voortijdige ontbinding. De geïntimeerde voerde diverse verweren aan, waaronder wanprestatie, dwaling en misbruik van omstandigheden, en betoogde dat het boetebeding onredelijk bezwarend was.
Het hof oordeelde dat de verweren onvoldoende waren onderbouwd en wees het beroep op de Colportagewet af. Het boetebeding werd gekwalificeerd als een forfaitaire schadevergoeding en niet als een beperking van de ontbindingsbevoegdheid wegens wanprestatie. De geïntimeerde werd aangemerkt als een kleine ondernemer, waardoor de artikelen over consumentenbescherming niet rechtstreeks van toepassing waren.
Op basis van de overgelegde stukken, waaronder accountantsrapporten, concludeerde het hof dat de vergoeding van 60% een redelijke vergoeding vormde voor de door Proximedia geleden schade. De stellingen van de geïntimeerde konden dit niet ontkrachten. Het hof vernietigde het eerdere vonnis, wees de vordering van Proximedia toe en veroordeelde de geïntimeerde tot betaling van de openstaande bedragen en proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de geïntimeerde tot betaling van de vordering van Proximedia inclusief rente en kosten.