ECLI:NL:GHAMS:2015:1568
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken wederrechtelijk voordeel bij medeplegen valsheid in geschrift
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep geoordeeld over een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift. De rechtbank had eerder een bedrag van €33.507,02 opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het hof stelde vast dat de veroordeelde geen voordeel had genoten uit het feit waarvoor zij was veroordeeld. Daarnaast ontbraken voldoende aanwijzingen dat zij strafrechtelijk betrokken was bij de strafbare feiten van haar ex-partner, die was veroordeeld voor witwassen en drugshandel. De ontnemingsvordering was gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling waaruit een bestedingssurplus bleek, maar dit was onvoldoende bewijs voor wederrechtelijk verkregen voordeel zonder directe betrokkenheid.
De advocaat-generaal had gesteld dat het surplus als wederrechtelijk voordeel kon worden beschouwd, maar het hof oordeelde dat dit niet volstond zonder aannemelijke betrokkenheid bij de strafbare feiten van de ex-partner. De veroordeelde had bovendien aannemelijk gemaakt dat zij financiële ondersteuning ontving van familieleden, wat het vermoeden van wederrechtelijk voordeel weerlegde.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de ontnemingsvordering af. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 april 2015.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens ontbreken van wederrechtelijk voordeel bij de veroordeelde.