ECLI:NL:GHAMS:2014:5399
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak van rechters
Verzoeker heeft bij brief van 9 november 2014 verzocht om wraking van de meervoudige familiekamer van het gerechtshof Den Haag, naar aanleiding van een arrest van 15 april 2014. Verzoeker baseert zijn wrakingsverzoek op het feit dat slechts één naam van een raadsheer was medegedeeld voorafgaand aan de uitspraak, terwijl twee andere raadsheren betrokken waren die volgens verzoeker eerder bij een gerelateerde zaak waren betrokken. Hij betwijfelt daardoor de onpartijdigheid en deskundigheid van deze rechters.
De wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam beoordeelt het verzoek en stelt vast dat het verzoek is ingediend nadat de uitspraak van 15 april 2014 reeds was gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een rechter te wraken nadat deze uitspraak heeft gedaan. Daarom wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Gezien deze niet-ontvankelijkheid vindt er geen mondelinge behandeling van het verzoek plaats. De wrakingskamer besluit het verzoek af te wijzen en verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk. De beslissing is op 16 december 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet geen wraking na uitspraak toestaat.