ECLI:NL:GHAMS:2014:4855
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken kennis van inreisverbod door verdachte
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 25 juli 2013 in Nederland verbleef terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij ongewenst was verklaard of een inreisverbod tegen zich had. De rechtbank had hem veroordeeld, maar het hof kwam tot een andere beoordeling.
Het hof stelde vast dat de verdachte op 1 november 2005 ongewenst was verklaard en hiervan persoonlijk op de hoogte was gesteld. Deze ongewenstverklaring was echter ten tijde van het ten laste gelegde opgeheven, zodat dat deel van de tenlastelegging niet bewezen kon worden.
Tegen de verdachte was op 17 juli 2013 een inreisverbod uitgevaardigd. Het hof vond echter niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte van dit inreisverbod op de hoogte was geraakt. Publicatie in de Staatscourant op 22 juli 2013 was onvoldoende om kennis te veronderstellen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De gevorderde gevangenisstraf werd niet toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is bewezen dat hij op de hoogte was van het inreisverbod.