ECLI:NL:GHAMS:2014:4636
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanningen en alcoholverslaving
Appellant [X] is op 4 mei 2012 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank beëindigde op 24 september 2014 tussentijds de regeling vanwege onvoldoende sollicitatie-inspanningen en een ongemotiveerde houding, waardoor het vertrouwen ontbrak dat appellant aan zijn verplichtingen zou voldoen.
In hoger beroep verzocht appellant vernietiging van dit vonnis en voortzetting van de regeling. Hij voerde medische klachten en een terugkerende alcoholverslaving aan als belemmeringen voor het voldoen aan de sollicitatieplicht. Tevens stelde hij dat hij vrijwilligerswerk verrichtte, deelnam aan een re-integratietraject en hulp zocht bij een kliniek.
De bewindvoerder stelde echter dat appellant niet arbeidsongeschikt was en onvoldoende informatie verstrekte. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aantoonbaar had gesolliciteerd, de informatieplicht niet nakwam en het hervatten van alcoholgebruik hem te verwijten viel. De medische verklaringen boden onvoldoende steun voor vrijstelling van verplichtingen.
Gezien de instabiele situatie en het opzeggen van het vrijwillige budgetbeheer achtte het hof onvoldoende vertrouwen aanwezig dat appellant zijn verplichtingen zal nakomen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanningen en alcoholgebruik.